De filters worden toegepast...

(Ferro) magnetisme

Al in de oudheid ontdekte men dat magnetietkristallen elkaar afhankelijk van de oriëntatie aantrekken of afstoten. Dit natuurkundige verschijnsel wordt magnetisme genoemd. Magnetiet is, evenals magnesium genoemd naar Magnesia, een gebied in Thessalië in het oude Griekenland, waar veel magnetisch gesteente voorkomt.

Magnetisch scheiden

Verantwoordelijk voor het magnetisme van magnetiet is het aanwezige ijzer. Veel ijzerlegeringen vertonen magnetisme. Naast ijzer vertonen ook nikkel, kobalt en gadolinium magnetische eigenschappen.

Hoewel ferromagnetische (en ferrimagnetische) materialen de enige materialen zijn die sterk genoeg zijn om door een magneet te worden aangetrokken (dus om algemeen beschouwd te worden als magnetisch), reageren ook alle andere stoffen zwak op een magnetisch veld, via een of meerdere andere soorten van magnetisme.

Ferromagnetische materialen kunnen worden verdeeld in magnetisch 'zachte' materialen, zoals gegloeid ijzer, die worden gemagnetiseerd, maar meestal niet gemagnetiseerd blijven en magnetisch 'harde' materialen die wél gemagnetiseerd blijven. Permanente magneten zijn gemaakt van 'harde' ferromagnetische materialen zoals Alnico en ferriet, die een speciale bewerking ondergaan in een krachtig magnetisch veld tijdens de productie, om hun interne microkristallijne structuur te ‘richten’, waardoor ze zeer moeilijk te demagnetiseren zijn.

Voorwerpen die dit verschijnsel sterk vertonen noemt men magneten. Er zijn natuurlijke en kunstmatige magneten (bijvoorbeeld Alnico, Fernico, ferrieten). Alle magneten hebben twee polen die de noordpool en de zuidpool worden genoemd. Magnetische monopolen (enkelvoudige noord- of zuidpolen zonder hun tegenhanger) zijn theoretisch ook mogelijk, maar het bestaan hiervan is nog nooit experimenteel aangetoond. De noordpool van een magneet stoot de noordpool van een andere magneet af, en trekt de zuidpool van een andere magneet aan. Twee zuidpolen stoten elkaar ook af.

Magnetisme in magneetgrijper

Omdat ook de aarde een magneetveld heeft, met z'n magnetische zuidpool vlak bij de geografische noordpool en z'n magnetische noordpool vlakbij de geografische zuidpool, zal een vrij ronddraaiende magneet altijd de noord-zuidrichting aannemen. De benamingen van de polen van een magneet zijn hiervan afgeleid. Overigens wordt gemakshalve, maar wel enigszins verwarrend, de zuidpool van de 'aardemagneet' de magnetische noordpool genoemd en de noordpool van de 'aardemagneet' de magnetische zuidpool.

Magnetisch veld N-Z magneet

Een verwant verschijnsel is elektromagnetisme, magnetisme dat ontstaat door een elektrische stroom. In wezen wordt alle magnetisme veroorzaakt door zowel roterende als revoluerende elektrische ladingen in kringstromen.

Elektromagnetisme

Lees meer

Température de Curie

La température de Curie est ainsi nommée en l'honneur de Pierre Curie (1859-1906).

magnétism Curie température

La température de Curie est la température au-dessus de laquelle les matériaux ferromagnétiques n’ont plus de champ magnétique autour d’eux. Au-delà de cette température, le matériau est paramagnétique. Lorsque la température monte, la fluctuation de température provoque une rupture progressive de l’ordre de spin. Arrivé à la température de Curie, l’ordre s’effondre complètement parce que l’énergie thermique est devenue plus importante que l’énergie de l’interaction magnétique.

Il est difficile de mesurer exactement la température de Curie. Premièrement, le champ magnétique permanent qui se trouve autour du matériau ne disparaît que progressivement. Deuxièmement, la température de Curie dépend fortement des petites impuretés dans le matériau.

Par exemple, lorsqu’un aimant AlNiCo est réchauffé au-dessus de la température de Curie de 850°C, il n’est plus ferromagnétique. Il devient alors paramagnétique. Lorsque l’aimant se refroidit, le champ magnétique ne revient pas. Même si un champ magnétique réapparaît dans des petites parties du matériau, les fameux domaines de Weiss (Weiss 1865-1904), ces domaines indiquent des directions au hasard, et aucun champ magnétique externe n'est engendré. Il est cependant possible de remagnétiser l'aimant.

Les éléments et alliages ferromagnétiques avec leurs températures de Curie

Materiau     Température de Curie.
Fe     770°C
Co     1115°C
Ni     354°C
Gd     19°C
AlNiCo     850°C
Ferriet     450°C
Sm Kobalt     750-825°C
Nd-Fe-B     310-340°C

Magneetmaterialen

Ferriet
magneten
 

Ferriet magneten Lees meer

Neodymium (Neoflux®) magneten

Neodymium Neoflux Magneten Lees meer

Samarium-kobalt magneten

Samarium Kobalt magneten Lees meer

Aluminium-nikkel-kobalt magneten

Aluminium Nikkel Kobalt Magneten Lees meer

Kunststof gebonden magneten

Kunststofgebonden magneten Lees meer